MENUMENU

29 oktober 2017

'Nederland wordt eindelijk weer trots op z'n jenevers'

Çhauvinisme is ons Nederlanders vreemd. Alsof we soms niet wíllen zien hoe mooi ons land is, zo masochistisch gaan we soms met ons eigen erfgoed om. En dat is niet altijd terecht. Waar wij Nederlanders het prachtig vinden om verhalen te vertellen over hoe Schotse whiskies smaken naar de robuuste omgevingen, vergaten we hoe mooi het is dat je onze provincies ook in een drank kunt proeven.


Bob Nolet (47) vormt samen met zijn broer de elfde generatie aan het roer van de jenever stokerij Nolet in Schiedam.

---

IEDERE COCKTAILBAR VAN ENIG NIVEAU OP AARDE HEEFT INMIDDELS
WEER EEN FLES JENEVER OP DE BACKBAR

---

Hoe vakmannen en -vrouwen overal in ons land, van Groningen en Amsterdam tot Schiedam, dag in dag uit bezig zijn om een drank te maken die complexer, interessanter en veel diepgaander is dan de vele gins die onze bars tegenwoordig vullen.

In Schiedam, de Rotterdamse voorstad waar het straatbeeld aan alle kanten wordt omzoomd door veel maritieme bedrijvigheid, stonden ooit tientallen molens met daar omheen al evenveel schoorstenen. Het is niet voor niets dat Schiedam zich tegenwoordig profileert als Distillers District. De stad staat bekend omdat er een drank gemaakt wordt die ons land honderden jaren lang op de kaart zette: jenever.

---

ALLEEN DOOR ZELF TE ONTDEKKEN,
WEET JE WAAROM JE TROTS MOET ZIJN OP JENEVER

---

In de Tachtigjarige oorlog vonden de aan onze zijde vechtende Britten het zelfs zo'n opbeurend drankje op het slagveld dat ze jenever 'Dutch Courage' zouden gaan noemen. Pas lang daarna zouden zij het drankje verbasteren tot 'gin'. e familie Nolet stookt hier inmiddels al elf generaties lang nog dagelijks de ketels op, en in die tijd hebben ze ons gezamenlijk erfgoed overal ter wereld heen gebracht. En precies daar - in de overzeese gebieden - werd onze jenever nota bene herontdekt. Het was namelijk de gezaghebbende Engelse drankschrijver Mark Ridgewell die onze drank in 2012 weer op de kaart zette met één simpele opmerking: 'jenever vult het gat tussen whisky en gin.' En gelukkig komt die trots weer terug. Bob Nolet (47), elfde generatie van de familiedistilleerderij Nolet, waar naast Ketel 1 jenever ook Ketel One Vodka en Nolet's Dry Gin gemaakt wordt, kan het weten.

'Als ik reizende ben, wordt er veel meer over gesproken dan een paar jaar geleden. Jenever is rijzende.Vooral bartenders, die vandaag de dag meer kennis hebben dan ooit tevoren, zijn er nieuwsgierig naar. Bartenders zijn altijd bezig met het vergroten van hun kennis, en weten natuurlijk waar bijvoorbeeld gin vandaan komt: van onze jenever. Als ik tegenwoordig in het buitenland kom, vragen ze direct: "heb je ook jenever meegenomen?" Iedere toonaangevende cocktailbar in de wereld heeft inmiddels weer een fles jenever op de backbar staan. En dat worden er alleen maar meer.'

Hoe komt dat?
'Het kennisniveau van bartenders is veel hoger geworden. En wie daar serieus werk van maakt, komt vanzelf bij jenever uit. Jenever is de basis voor een aanzienlijk aantal klassieke cocktails. En eerlijk gezegd daar was al sprake van ver voordat gin opkwam. Verdieping van de kennis heeft ervoor gezorgd dat de waardering voor jenever geweldig is toegenomen. En mijn streven is dat Nederland jenever weer gaat waarderen. We moeten echt weer trots worden op onze jenever.'

Als jenever zo goed is, waarom is gin dan met alle eer aan de haal gegaan?
'Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog - toen er een groot gebrek aan graan was - is er lange tijd geen fles jenever meer de wereld rond gegaan. Dat betekende de wereldwijde teloorgang van jenever. De jenever-industrie kwam in een neerwaartse spiraal terecht. In de tijd dat mijn vader in 1962 in de distilleerderij kwam werken, was jenever de belangrijkste drank in Nederland. Als je in een slijterij stond, kon je praktisch alleen maar jenever kopen. Dat enorme aanbod leidde tot een ware prijzenoorlog. De kwaliteit van de jenever holde achteruit en tientallen distilleerderijen gingen op de fles of werden overgenomen.'



Hoe ging dat bij de familie Nolet?
'Mijn vader nam het over van mijn grootvader, die ternauwernood de distilleerderij door de Tweede Wereldoorlog heeft weten te loodsen. Hij kreeg een bedrijf in handen dat naast de belangrijke jenever, nog van alles maakte, zo'n vijftig verschillende producten. Likeuren, vieux, bessenjenever, citroenjenever, inmaakbrandewijn – je kunt het zo gek niet bedenken. Die flessen gingen direct van de distilleerderij naar de slijterij. Alle Schiedamse distilleerderijen deden dat. Mijn vader zag in dat het geen zin had om nog meer flessen proberen te verkopen. Hij ging intern kijken hoe hij het bedrijf voor de toekomst kon behouden.'

In plaats daarvan besloot hij juist het tegenovergestelde: hij ging intern kijken hoe hij het bedrijf in leven kon houden.'

Wat redde de familie Nolet?
'Gelukkig hadden we nog twee koperen ketels staan, die op dat moment stil stonden. Eén heeft hij weer opgestart en met een hoop experimenteren is hij een jenever gaan distilleren die hij zélf lekker vond en die naar zijn overtuiging bij de Nederlandse consument paste. Hij ging terug naar het ambacht, terug naar het zelf stoken. Eén voor één stopte hij de productie van de bestaande producten, en concentreerde hij zich volledig op de jenever waarin hij geloofde. Het was erop of eronder, maar hij vertrouwde op die ene authentieke kolenketel, met nummer 1.'



Ketel nummer 1 wordt nog dagelijks gebruikt om jenever te maken. Hij dateert uit de negentiende eeuw.

Klinkt als bijna alle micro-brewers die we tegenwoordig zien: terug naar het ambacht.
'Zeker, en zo ging het ook echt. Daarna opende mijn vader ook de deuren van de distilleerderij voor de consument. Op de fles zette hij z'n 'kom maar kijken-garantie', waarmee hij het ambacht wilde laten zien. Dat was nog nooit eerder gedaan, en hier in Schiedam dachten ze dat m'n vader gek geworden was. Weer oude ketels gaan gebruiken, en nog aan mensen laten zien ook. Tegenwoordig staat dat nog steeds op onze fles: 'Wij nodigen u graag uit om op afspraak onze jeneverstokerij te bezoeken.'

Gebruik je die ketel 1 nog steeds?
'Absoluut, die is nog dagelijks in gebruik, en we schouwen regelmatig of het koper nog wel dik genoeg is. En hij doet het nog perfect.'

Hoe oud is-ie inmiddels?
'Hij is van de zesde generatie, toen we dit pand betrokken. Begin van de negentiende eeuw dus.'


Ketel nummer 1 wordt nog dagelijks gebruikt om jenever te maken. Hij dateert uit de negentiende eeuw.

Je vertelde dat het in de jaren zeventig erop of eronder was voor de Nolet stokerij. Dat moet je vrij bewust hebben meegemaakt.
'Zeker. Ik ben van 1970, en in 1977 bracht mijn vader Ketel 1 op de markt.'

Merkte je er iets van dat je vader onder grote druk stond? Dat het geld op was?
'Nou... als kind heb je natuurlijk niet door hoe zaken er precies voorstaan. We wisten wel dat onze vader heel hard werkte, maar niet dat het toen erop of eronder was. Mijn vader was dag en nacht druk bezig met het hele bedrijf. Wij gingen zelden naar het buitenland met vakantie, maar meer dan dat merkten we er niet echt van.'

Hij werkte om jullie toekomst veilig te stellen.
'Ja... Hij was dagelijks met de ketels bezig. Bij Nolet werkte een tiental mensen. Iedereen moest alles doen. We woonden vlakbij, dus mijn broer en ik speelden hier natuurlijk regelmatig. Dat was een geweldige tijd. Omdat alles in de oude distilleerderij een beetje scheef loopt, konden we met een palletwagentje zo over de vloeren heen racen.'

Het ambacht won dus uiteindelijk van de efficiëntie.
'Dat is wel waar mijn vader in geloofde. Hij is er toen echt in gedoken, hij ontwikkelde de drank zelf. De enige plek in het pand – samen met de kluis – waar we niet mochten komen, was het lab. Dat kregen we niet voor elkaar.'

Kun jij dat nog? Jenever maken? Als iedereen om je heen nu wegvalt?
'Ja, dat lukt. Ik weet echt nog wel hoe ik zelf een goeie fles jenever moet maken. Kijk, we zijn hier nog dagelijks betrokken bij het productieproces, hè.
En elke ochtend doen we zelf de kwaliteitscontroles. En dat vind ik ook het leukste van waar ik dagelijks mee bezig ben.'


Wat houden die dagelijkse kwaliteitscontroles in dan?
'We hebben een proefpanel van twaalf collega's geselecteerd uit alle afdelingen van de distilleerderij. Zij bezitten allen een uitstekend proefvermogen. Nadat het proefpanel de batches heeft gekeurd, doet de familie de definitieve goedkeuring. Dat kan mijn vader zijn, zijn broer, of ikzelf. Iedere ochtend om half tien doen we dat met veel zorg en passie. Zonder onze goedkeuring verlaat geen fles de distilleerderij.'

Wat is dat, kwaliteit in jenever?
'De jenever is zacht en vol van smaak, van een constant niveau en gemaakt met natuurlijke ingrediënten.'

Leg dat eens wat beter uit, zodat ik het snap.
'Je begint met een neutrale graanalcohol van tarwe die op een Nolet-manier wordt gemaakt waardoor de zachtheid daar al in zit. Het resultaat van deze wijze van distilleren heeft mijn vader ontwikkeld toen hij met Ketel 1 begon. Hij was op zoek naar een frisse jonge jenever die niet de alcoholbrand had die veel andere jenevers wel kenmerkten.

---

HET IS EEN MISVERSTAND DAT VEEL MENSEN DENKEN DAT JENEVER EEN HELE STRAFFE, SCHERPE DRANK IS. DAT KLOPT SIMPELWEG NIET

---

In de navolgende stappen zorg je ervoor dat de smaken en het mondgevoel erbij komen. Het belangrijkste voor de smaak van Ketel 1 jonge jenever is het bewerken van de moutwijn. We hebben een goeie start met de graanalcohol, maar de granen-eau-de-vie maakt het grote verschil. Als je pure moutwijn proeft, merk je hoe scherp dat kan zijn. Als je een goeie jenever wilt maken, móet je dat bewerken tot een granen-eau-de-vie. De granen-eau-de-vie ontstaat na een distillatie tot 72 procent. Veel van de initiële scherpte wordt hierdoor weggenomen.

Mijn vader heeft het familierecept en de granen-eau-de-vie ontwikkeld die we nu nog altijd gebruiken. Daarna laten we de granen-eau-de-vie een jaar lang lageren op eikenhouten fusten. Vervolgens distilleren we dat weer in de ketel samen met de geheime familie-ingrediënten, waardoor de kleur verdwijnt en de gebalanceerde smaak ontstaat. Dat is natuurlijk een tijdrovend proces, maar het komt de kwaliteit ten goede. En daarom doen we het. Natuurlijk kun je het ook anders doen, eenvoudiger, maar dat sluit niet aan op ons idee van vakmanschap en kwaliteit.'

Dat klinkt inderdaad vrij ambachtelijk.
'Wat we hebben geleerd van die moeilijke jaren: als we iets maken, moet het echt uniek zijn. Het heeft geen enkele zin om iets te introduceren waarvan er dertien in een dozijn gaan.
Als we iets maken, moet het uniek in z'n soort zijn. Dat was ook het idee achter Ketel 1 Matuur.'

Jullie gelagerde jenever. Was dat jouw geesteskind?
'Ja, zo kun je het stellen. We wilden geen zoveelste oude jenever, geen zware whisky, en zo kwamen we uit op Ketel 1 Matuur. Precies tussen gin en whisky in. Je kunt het zien als een heel frisse whisky. Toegankelijker ook. En daarnaast heeft jenever een beschermde naam en mag het alleen in Nederland, België, stukjes Duitsland en Frankrijk worden geproduceerd. Dat maakt van jenever een uniek product.'

Jullie maken bij Nolet ook een gin en een wodka. Maar zeg eens heel erg eerlijk: is er meer ambacht nodig om jenever te maken?
'Je hebt te maken met moutwijn, granen-eau-de-vie en lagering. Dit productieproces is een totaal ander verhaal dan bij het produceren van gin en wodka. Maar eerlijk is eerlijk: om moutwijn mooi te maken, heb je kennis en kunde nodig. En dat betaalt zich uit want het voegt daardoor echt een dimensie toe aan de smaak: het maakt een goede jenever complexer en ronder dan veel andere gedestilleerde producten.'

Bam. Daar hebben we het. Is dat wat jenever zo bijzonder maakt in de backbar?
'Ja, maar het bijzondere aan jenever is zeker ook de historie. Jenever werd al gedronken in het begin van de zeventiende eeuw, was aan boord van VOC-schepen en werd in Amerika al gebruikt bij de opkomst van cocktails. Dat verhaal heeft niemand. Geen wodka, geen cognac, geen gin, geen rum.'

Ik begin nu zelf dorst te krijgen. Hoe drink jij je Ketel 1 eigenlijk het liefst?
'Een jonge jenever drink ik het liefst puur. Toen ik jonger was, dronk ik het altijd met ijs in een tumbler, maar ik ben inmiddels om. Ik drink mijn Ketel 1 nu goed gekoeld in een borrelglas. Hij moet niet té koud zijn, en je moet 'm rustig nippen zodat je 'm warm kunt laten worden in je mond. Thuis zet ik 'm in de koelkast, niet in de vriezer. Een fluitje erbij vind ik nog wel lekker, maar dan moet het echt een klein fluitje zijn. In het buitenland krijg je je biertje veel te snel in een groot, dik glas. Dat hoeft voor mij niet zo.'


'De Ketel 1 Matuur drink ik graag in een cocktail en dan in de Nederlandse variant van een Manhattan. Na een diner geniet ik het liefst van een Ketel 1 Matuur in de koffie, inmiddels in de horeca bekend als de Dutch Coffee.'

Als je één ding echt van de daken zou willen schreeuwen over jenever, wat zou dat zijn?
'Ik merk dat veel mensen, met name twintigers en dertigers verrast zijn als ze jenever proberen. Het is gewoon lekker. Onze missie is dan ook: de consument jenever laten proeven. Het is een misverstand dat veel mensen denken dat jenever een heel straffe, scherpe drank is. Dat klopt simpelweg niet.'

Ik denk dat iedereen wel eens in z'n puberteit een slok slechte jenever heeft gedronken, en daarna dacht: jakkes. Da's best een levend vooroordeel.
'Kijk, als je jong bent, en een slok jenever van je vader drinkt op kamertemperatuur, dan doe je dat nooit meer. En dat is een gemiste kans. In het begin vond ik de vooroordelen over jenever best lastig. Maar na verloop van tijd dacht ik: dan ga ik er wat aan doen. En sindsdien… ik vind het elke keer weer prachtig om iemand jenever te laten proeven. En dan altijd de verrassende reactie - precies daar doe ik het voor.'

---

ALLEEN DOOR ZELF TE ONTDEKKEN,
WEET JE WAAROM JE TROTS MOET ZIJN OP JENEVER

---

Om even terug te komen op die trots op ons erfgoed... hoe veranderen we dat?
'We mogen in Nederland best meer trots zijn op wat van eigen bodem komt. En nog beter is als iedereen jenever tenminste een keer heeft geproefd. Alleen door zelf te ontdekken, weet je waarom je trots moet zijn op jenever.'

Nederlanders en chauvinistisch zijn...
'Het zit een beetje in onze aard: doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. Maar waarom? Als je naar Amerika gaat, zie je overal Amerikaanse vlaggen hangen. Als je naar Frankrijk gaat, zie je overal de Franse driekleur. Wij hebben een Nederlandse vlag voor de distilleerderij staan, en dat is omdat we vinden dat we best wat trotser mogen zijn op dit bijzondere en mooie land – en de fantastische jenever die we in Nederland produceren. En gelukkig komt dat gevoel steeds meer terug.'